Mesologie nieuws
Hier vindt u nieuws en informatie over onderzoek, behandelingen en gezondheid.
Aluminium en kindermedicatie
Aluminium Lake kleurstof wordt gebruikt om een coating te leggen op vloeibare geneesmiddelen voor kinderen. Het bevat echter een gevaarlijke hoeveelheid aluminium en schadelijke synthetische petrochemiecalien. Dit zijn kankerverwekkende stoffen die aardolie, antivries en ammoniak bevatten, welke vele bijwerkingen veroorzaken. Aluminium vergiftiging kan leiden tot korte en lange termijn schade aan het centraal zenuwstelsel (CZS), zoals geheugenstoornissen, autisme, epilepsi, mentale retardatie en dementie.
Uit onderzoek blijkt dat slechts 4 ppm (parts per million) van aluminium kan het bloed laten stollen. Aluminiumstapeling veroorzaakt o.a. de ziekte van Alzheimer, leerproblemen en bot aandoeningen.
Het staat ook bekend onder de naam tartrazine, FD & C Yellow Aluminium Lake en is een chemisch brouwsel wat voortkomt uit koolteer. Alle kunstmatige kleurstoffen bevatten Aluminium Lake, dus als uw kind kan kiezen tussen rode, blauwe of groene medicijnen, kiezen ze eigenlijk welke gif ze zullen consumeren. Een aantal chemisch aangepaste kleurstoffen bevatten ammoniak en produceren daarom verbindingen die diverse vormen van kanker veroorzaken in dierstudies.
Bron: CSPI, het Center for Science in the Public Interest
Slaap, bioritme en de emotionele kwetsbaarheid van jongeren
Het chronotype (avondmens) en slaaptekort zijn twee risicofactoren die verband houden met emotionele problemen in de jeugd. Beide factoren gingen onafhankelijk van elkaar samen met een verlaagd positief affect en lagere positiviteitsratio's. Preventie en vroegtijdige interventies zouden zich kunnen richten op het verbeteren van de slaap en het toepassen van principes uit de chronotherapie om het chronotype aan te passen. (CC)
Bron: Journal of Child Psychology and Psychiatry, early view
Verhoogde kans op alvleesklierkanker door vlees eten
BAARN - Dagelijks bewerkt vlees eten, zoals een worstje of gerookt spek, vervijfvoudigt het risico dat je alvleesvlierkanker ontwikkelt. Dit schrijven onderzoekers van Karolinkska Institute in het British Journal of Cancer.
Alvleesklierkanker is een sluipmoordenaar: je merkt er in eerste instantie weinig van en de symptomen zijn vaag. Tegen de tijd dat de diagnose gesteld wordt, is het meestal al te laat. Er is weinig bekend over de oorzaken. Mogelijk spelen roken, overmatig alcoholgebruik en overgewicht een rol. Ook bewerkt vlees blijkt het risico op alvleesklierkanker te verhogen.
Hoeveelheden
De onderzoekers analyseerden data van 11 onderzoeken naar in totaal 6.000 patiënten met alvleesklierkanker. Eet je elke dag 50 gram bewerkt vlees, bijvoorbeeld een paar plakjes ham of salami of een worstje, dan stijgt de kans dat je alvleesklierkanker krijgt met 19 procent.
Zo’n 100 gram, een kleine hamburger, vergroot je risico met 38 procent. Dagelijks 150 gram bewerkt vlees eten zorgt voor een stijging van je risico van 57 procent.
Bewerkt vlees wil zeggen vleesproducten die zijn gerookt, gezouten of op een andere manier zijn geconserveerd. Dit geldt voor bijna alle vleeswaren.
Kleine overlevingskans
"De overlevingskans is bij alvleesklierkanker klein. Naast een snelle diagnose is het dan ook belangrijk om te begrijpen wat het risico op deze ziekte vergroot. Als voeding ermee te maken heeft, zou dat de volksgezondheidscampagnes kunnen veranderen", aldus Susanna Larsson.
Fibromyalgie en psychische stress gaan niet altijd samen
Aan patiënten met fibromyalgie worden vaak psychologische stress en disfunctionele emotionele reacties toegeschreven. Dat is slechts ten dele gerechtvaardigd, opperen onderzoekers, die concluderen dat er ook een subcategorie fibromyalgiepatiënten bestaat bij wie geen sprake is van psychische stress.
Fibromyalgie gaat vaak gepaard met psychologische comorbiditeit. Door hierin verschillende categorieën te onderscheiden, kan de behandeling beter op de specifieke behoeften en situatie van de patiënt worden afgestemd.
De onderzoekers hadden op basis van verschillen in scores van de Fibromyalgia Impact Questionnaire (FIQ) twee categorieën patiënten onderscheiden: type II kenmerkte zich door hoge psychische stress op alle tien onderscheiden vlakken, terwijl type I in dit opzicht juist op geen enkele manier verschilde van de 'normale' populatie.
De deelnemers werd vervolgens de 90 Symptom Checklist Revised (SCL-90-R) voorgelegd. Hieruit bleek dat de emotionele status omgekeerd correleerde met de klinische pijn van dat moment bij de patiënten van het type I, maar niet van het type II. Aan de hand van regressieanalyse werd vastgesteld dat voor een classificatiemodel met name fobische angst, paranoïde ideatie, en depressie bruikbaar zijn. (MT)
Bron: Rheumatology International, 16 november 2011
Polyfenol uit groene thee remt binnendringen hepatitis C-virus
Het hepatitis C-virus is een belangrijke oorzaak van levercirrose en levercelcarcinoom. De huidige antivirale behandeling faalt frequent, maar het polyfenol epigallocatechine-3-gallaat (EGCG) uit groene thee blijkt het binnendringen van gekweekt hepatitis C-virus in levercelcarcinoomcellen en primaire humane hepatocyten te kunnen remmen. EGCG zou deel uit kunnen maken van antivirale behandeling ter preventie van recidiefinfecties na een levertransplantatie. (EW)
Bron: Hepatology, december 2011
Bacteriele en niet bacteriele middenoorontsteking door griepvirus
Uit onderzoek bij muizen blijkt dat het influenzavirus ook in afwezigheid van een bacteriële infectie een ontsteking van het middenoor kan veroorzaken. Deze ontsteking zou vervolgens een belangrijke rol kunnen spelen bij het ontstaan van een bacteriële otitis media.
Otitis media is een van de meest voorkomende ziektes bij kinderen. De infectie kan ontstaan wanneer bacteriën door een virale infectie van de nasofarynx migreren naar het middenoor. In proefdieronderzoek bij muizen is nu echter aangetoond dat ook het influenzavirus alleen, dus zonder gesuperponeerde bacteriële infectie, tot inflammatie van het middenoor aanleiding kan geven.
Muizen die geïnfecteerd waren met Streptococcus pneumoniae en met het influenza-virus hadden een hoge bacteriële load in het middenoor, ontsteking van het middenoor en leden aan gehoorverlies. Muizen die daarentegen alleen waren gekoloniseerd met S. pneumoniae, hadden significant minder bacteriën in het oor, slechts minimaal gehoorverlies en geen tekenen van ontsteking. Maar een infectie met uitsluitend het influenzavirus veroorzaakte enige inflammatie van het middenoor en gehoorverlies. (EW)
Bron: Journal of Infectious Diseases, december 2011
Glutenvrij eten verminderd psoriasis
Mensen met psoriasis en verhoogde IgG en IgA antigliadine antilichamen tonen vaak klinische verbetering met een glutenvrij dieet.
Nader onderzoek van een groep patiënten en controles vond bij een gedeelte van hen (14%) een verhoogde gevoeligheid voor bepaalde tarweproteïne-allergenen, vooral het p62-75 peptide. (TW)
British Journal of Dermatology, januari 2012
Darmflora en vetzuren in faeces van kinderen met koemelkallergie
Een vergelijkende studie onderzocht de verschillen in darmflora en concentraties van korte-keten vetzuren en ammoniak bij gezonde kinderen en kinderen met een koemelkproteïne-allergie (KMPA). De bevindingen tonen een duidelijke relatie tussen een dysbiose van de darmflorasamenstelling en de pathogenese van KMPA.
Beide groepen bestonden uit 46 kinderen tussen de twee en twaalf maanden. De KMPA-kinderen bleken signicant hogere proporties van de bacteriën uit de Clostridium coccoides-groep en het Atopobium-cluster te hebben en een grotere totaalsom van de verschillende bacteriegroepen in vergelijking met gezonde kinderen.
De zuurgraad en het ammoniakgehalte van de faeces toonde geen significante verschillen tussen beide groepen. De faecesgehaltes aan boterzuur en vertakte korte-keten vetzuren bleken wel verhoogd in de koemelkallergische kinderen.
Hoewel niet één afzonderlijk species of genus een essentiële rol leek te spelen, leek dysbiose de oorzaak van de biomarkers van de KMPA in de bacteriële fermentatieproducten. (TW)
Bron: International Archives of Allergy and Immunology, oktober 2011
Vitamine D deficiëntie en verhoogde kans op voedingsallergie
Waarschijnlijk draagt een vitamine D deficiëntie (VDD) bij aan sensitisering voor voedingsmiddelen (SvV) en vervolgens aan voedselallergie.
Bij 649 pasgeborenen werd het navelstrengbloed van kinderen op VDD onderzocht en deze kinderen werden gevolgd in hun latere leven. Tevens werden zij onderzocht op single-nucleotide polymorfismen in 11 genen die een rol spelen bij IgE en 25(OH)D concentraties. Van de kinderen bleek 44% VDD en 37% SvV te hebben.
Diverse single-nucleotide polymorfismen bleken een rol te spelen, en des te sterker naarmate er meer van de vier gevonden polymorfismen tegelijk aanwezig waren. Deze bevindingen tonen aan dat VDD de kans op SvV kan verhogen bij kinderen met bepaalde genotypes. (TW)
Bron: Allergy, november 2011
Alternatieve middelen populair bij astma
Ongeveer 40% van de volwassenen met astma gebruikt complementaire of alternatieve middelen. Bij personen met beroepsastma ligt dit percentage nog hoger. Dat blijkt uit Canadees onderzoek. Er werd geen verband gevonden tussen het gebruik van deze middelen en exacerbaties. (RM)
Journal of Asthma, online 30 novembrer 2011
Nachtelijke spierkramp en gebruik van medicijnen
Het gebruik van diuretica, statines en langwerkende beta2-agonisten (LABA's) lijkt te zijn geassocieerd met nachtelijke spierkramp. Een duidelijk causaal verband is echter nog niet gevonden.
Canadese onderzoekers hebben gegevens van 4,2 miljoen bewoners van British Columbia over een periode van 8 jaar geanalyseerd. Hierbij werd bekeken of nieuwe voorschriften van kinine volgden op gebruik van bovengenoemde middelen.
De sequentie ratio's voor deze middelen bedroegen 1,47 (diuretica), 1,16 (statines) dan wel 2,42 (LABA's). Na subklasse-analyse bleek de associatie het meest prominent na K-sparende middelen (2,12), thiazide-achtigen (1,48), LABA's als monotherapie (2,17) en LABA's met corticosteroïden (2,55). De associatie voor lisdiuretica en statines was lager (1,16 resp. 1,20).
Het bleek dat 60% van de kinine-gebruikers in 13 jaar minimaal één periode met kramp doormaakte. De auteurs wijzen er op dat gebruik van deze middelen het optreden van spierkramp kan verergeren. (ME)
Bron: Archives of Internal Medicine, 12 december 2011
Antibioticagebruik risicofactor voor inflammatory bowel disease
Mogelijk speelt het gebruik van antibiotica een rol bij het ontstaan van inflammatory bowel disease (IBD). Patiënten met IBD blijken 2 tot 5 jaar voor de diagnose vaker antibiotica te hebben gebruikt dan patiënten zonder deze darmziekte.
De 2.234 patiënten bij wie tussen 2001 en 2008 de diagnose IBD was gesteld, werden voor een geneste case-controlanalyse gematcht met 22.346 vergelijkbare controles. De gemiddelde leeftijd waarop de diagnose werd gesteld, was 43,4 jaar. Van alle patiënten met IBD had 12% 2 jaar voor de diagnose 3 of meer recepten voor een antibioticum gekregen. In de controlegroep was dit slechts 7%.
Voor degenen die 3 of meer keer een antibioticum hadden gekregen, was de OR voor het ontwikkelen van IBD 1,5. De kans was in vergelijkbare mate verhoogd, wanneer de antibiotica 3, 4 of 5 jaar voordat de diagnose werd gesteld, waren voorgeschreven.
Antibioticagebruik bleek gecorreleerd met zowel de ziekte van Crohn als colitis ulcerosa, maar bij de ziekte van Crohn was de correlatie sterker voor 1 of meer en 2 of meer keer antibioticagebruik en bij colitis ulcerosa voor 3 of meer. (EW)
Bron: American Journal of Gastroenterology, december 2011
Onderzoek naar vitamine D en zoutbeperkt dieet bij nierpatiënt
Het UMCG start in samenwerking met vier andere ziekenhuizen in Nederland een onderzoek naar de beschermende werking van vitamine D én zoutbeperking bij nierpatiënten.
Uit recent onderzoek is gebleken dat vitamine D door het verlagen van de proteïnurie een nieuwe behandeling voor nierpatiënten zou kunnen zijn. Daarnaast is er vanuit het UMCG veel onderzoek gedaan naar de toegevoegde waarde van zoutbeperking in combinatie met medicijnen bij nierpatiënten. Het doel van dit onderzoek, dat bovengenoemde interventies combineert, is om te onderzoeken of het zinvol is om vitamine D toe te voegen aan de huidige behandeling (zoutbeperking en ACE remmer / ARB) van nierpatiënten.
Bron: UMCG, 12 januari 2012
PTSS-symptomen na licht traumatische ervaringen
De diagnose posttraumatische stress-stoornis (PTSS) vereist blootstelling aan een traumatische ervaring.Maar in de opeenvolgende herzieningen van de DSM is de kwalificatie 'traumatische ervaring' aanzienlijk breder geworden.
Zo kan het zien van terreuraanslagen op televisie ook als traumatisch worden aangemerkt. Bovendien is het mogelijk dat gebeurtenissen, die zelfs niet binnen deze verruimde criteria vallen, toch PTSS-symptomen uitlokken en een risicofactor vormen om alsnog een PTSS te ontwikkelen. Recent werd bij een groep vrouwen aangetoond dat een lagere intelligentie een risicofactor is om een PTSS te krijgen na minder ernstige gebeurtenissen. (CC)
Bron: Depression and Anxiety, december 2011
Dagelijks aspirine kan gevaarlijk zijn voor gezonde mensen
Het dagelijks innemen van aspirine om een hartaanval of een beroerte te voorkomen zou bij gezonde mensen meer kwaad dan goed doen. Wetenschappers komen tot deze conclusie na onderzoek onder meer dan 100.000 patiënten.
De onderzoekers analyseerden data uit 9 trials met in totaal 102.621 patiënten. Terwijl er een reductie van niet-fatale hartaanvallen plaatsvond van 20% bij degenen die aspirine namen, was er geen afname van overlijden door een hartaanval, beroerte of kanker. Het risico op een potentieel levensbedreigende interne bloeding nam tegelijkertijd toe met 30%.
Volgens de onderzoekers zouden alleen mensen van wie bekend is dat ze een verhoogde kans hebben op een hartaanval of beroerte, de pijnstiller op dagelijkse basis kunnen gebruiken.
Bron: Archives of Internal Medicine, 17 januari 2012
Herfsttijlloos dure pil
Colchicine, een middel tegen jicht dat al decennia in gebruik is, is in de VS onder een nieuwe naam op de markt gebracht en 50 maal zo duur geworden.
Colchicine is een oud geneesmiddel. De plant herfsttijloos, waarvan colchicine een bestanddeel is, werd al in het oude Griekenland tegen jicht gebruikt. In tabletvorm was het al in de negentiende eeuw in gebruik en door de jaren heen is er consensus gegroeid dat het een effectieve tweedelijnbehandeling voor jicht is.
De fabrikant heeft in 2009 de resultaten van nieuwe studies met colchicine aan de FDA gepresenteerd. Dat er bewijs moet zijn dat receptgeneesmiddelen werken, is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld, maar het was pas in 1962 dat de Food and Drug Administration (FDA) de bevoegdheid kreeg te eisen dat receptgeneesmiddelen bewezen effectief moesten zijn, voordat ze op de markt konden worden toegelaten. De FDA heeft daarna vele producten laten bestuderen en vele onwerkzame middelen zijn van de markt verdwenen. Lang niet alle oudere geneesmiddelen die thans nog gebruikt worden, zijn echter aan robuuste klinische trials onderworpen.
De farmaceutische industrie staat begrijpelijkerwijs niet te trappelen om dure klinische trials voor al geaccepteerde en verkrijgbare middelen uit te voeren. Niet zo URL Pharma. Deze geneesmiddelenfabrikant lijkt een niche in de geneesmiddelenmarkt ontdekt te hebben. De fabrikant heeft in 2009 de resultaten van nieuwe studies met colchicine aan de FDA gepresenteerd.
De resultaten van het door URL Pharma uitgevoerde onderzoek bevestigden de werkzaamheid en veiligheid van colchicine en toonden bovendien aan dat het veiligheidsprofiel iets verbeterde door een ander doseringschema. De FDA kende URL Pharma daarop drie jaar marktexclusiviteit toe. Alles goed en wel, maar de prijs van colchicine, nu Colcrys genoemd, schoot wel omhoog van negen cent per pil tot bijna vijf dollar.
Volgens de website van URL Pharma is een en ander voor jichtpatiënten toch goed nieuws. Enthousiast wordt gemeld dat ze nu beschermd zijn tegen de gevaren van behandeling met niet door de FDA goedgekeurd colchicine. De FDA maakte bezwaar tegen het promotiemateriaal van URL Pharma en waarschuwde de onderneming dat het onjuistheden bevatte of misleidend was. De titel van een promotievideo luidt ironisch genoeg Myth vs Reality.
Uiteraard is het goed dat oudere geneesmiddelen die onvoldoende of niet onderzocht zijn, nog eens tegen het licht gehouden worden. Het is echter niet juist te suggereren dat de over vele jaren geaccumuleerde medische kennis maar beperkte waarde heeft.
Grote prijsverhogingen van bestaande middelen zijn alleen te accepteren als zulks gepaard gaat met substantiële verbeteringen van de behandelingen. Daar schijnt in dit geval geen sprake van te zijn. Het lijkt er eerder op dat de onderneming handig gebruikgemaakt heeft van een niche in de regulering van de geneesmiddelenmarkt en zo betaalt het Amerikaanse publiek een te hoge prijs voor een middel dat zijn nut in de praktijk al bewezen heeft.
Bron: Pharmalot, 6 januari 2012


